Nagele is een dorp met een unieke ontwerpgeschiedenis. Het dorp is namelijk ontworpen door architectencollectief ‘De 8 en Opbouw’. Er zijn in Nederland weinig plekken waar hun moderne kijk op de toekomst zo goed te bewonderen is.

In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed en kon begonnen worden met de drooglegging van de Zuiderzee. De Noordoostpolder viel droog in 1942. Na de Tweede Wereldoorlog werd een begin gemaakt met de bouw van elf dorpen voor de landarbeiders. De Directie van de Wieringermeer, die na de Wieringermeer de opdracht kreeg voor de inrichting van de Noordoostpolder, stond hiervoor aan de lat. Nagele moest ongeveer 270 woningen, 3 kerken, 3 scholen, winkels, een dorpshuis, een sportzaal, horeca en een begraafplaats krijgen.

De Directie van de Wieringermeer had een grote invloed op de inrichting van de dorpen. Voor het dorp Nagele zijn het Congrès Internationaux d’ Architecture Moderne (CIAM) en de stedenbouwkundige en architectuurstroming van Het Nieuwe Bouwen ook zeer bepalend geweest.

Het CIAM (1928-1959) speelde een grote rol in het internationale architectuur-debat. Het was een soort van ‘platform’ voor ontwerpers die zich richtten op moderne architectuur en stedenbouw.

De Amsterdamse architectengroep ‘De 8’ was het die Nagele als casus koos voor het zevende CIAM-congres in Bergamo, Italië (1949). Tijdens het achtste CIAM-congres in Hoddesdon, Engeland, in 1951 kwam het stedenbouwkundig plan van Nagele ook aan de orde. En bij het tiende CIAM-congres in Dubrovnik, 1956, presenteerde Aldo van Eyck Nagele voor een derde keer.

Voor Nagele zijn eindeloos veel schetsen gemaakt. Een aantal schetsen is te vinden in het tijdschrift Forum van 1952 (Een plan voor het dorp Nagele, Forum jaargang 7. – pag.: 172-178). Daarin geven de ontwerpers uitleg over het plan voor Nagele. Niet veel later sloot ook de Rotterdamse architectengroep ‘Opbouw’ aan bij het ontwerpproces. Nagele is samen met de Rotterdamse wijk Pendrecht een van de weinige directe uitwerkingen van CIAM-principes in Nederland.

Een nieuw dorp op nieuw land. Dat was Nagele zo’n halve eeuw geleden tijdens de wederopbouwperiode (1940-1965). Volg de cultuurhistorische wandeling en leer alles over dit bijzondere dorp in de Noordoostpolder. Deze erfgoedroute neemt u mee door Nagele.

In 2011 heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Nagele aangemerkt als een wederopbouwgebied van nationaal belang. Dit kwam niet uit de lucht vallen want Nagele staat al jaren in de belangstelling van architecten en andere bezoekers van de Noordoostpolder. Het dorp is namelijk een experiment uit de jaren vijftig om een modeldorp te maken. Een groot aantal architecten van Het Nieuwe Bouwen ging hiermee aan de slag. Zij wilden van het dorp een voorbeeld maken waar de nieuwste ideeën en modernste technieken een plek kregen. Dit in tegenstelling tot de andere dorpen in de Noordoostpolder, waar meer traditioneel zoals op het oude land werd gebouwd. Bijzonder in Nagele is de ruime aanleg, het vele groen en de huizen met platte daken.

De rijk geïllustreerde cultuurhistorische wandeling leidt langs architectuur en door groen en geeft u een prachtig beeld van het moderne dorp in de polder. Zo komt u onder andere meer te weten over het werk van beroemde Nederlandse ontwerpers zoals Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck, Mien Ruys en Jaap Bakema. De erfgoedroute is opgesteld door Museum Nagele, de gemeente Noordoostpolder, de provincie Flevoland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De route is uitgegeven door Uitgeverij Matrijs. Het is te koop bij Museum Nagele of te bestellen via de website van Uitgeverij Matrijs. Binnen dezelfde serie is eerder ook een mooie wandelroute uitgegeven over Schokland, het voormalige eiland dat op een steenworp afstand van Nagele ligt.

In Nagele zijn de scholen en de kerken vanaf het begin in de centrale groene ruimte opgenomen. Het ontwerp dat de architecten Aldo van Eyck en Daniël (Sandy) van Ginkel maakten voor deze scholen wordt alom geroemd vanwege de experimentele opzet waarbij het kind centraal staat.

Zoals ieder dorp in de Noordoostpolder kende ook Nagele drie scholen: een openbare (Ring 17), een rooms-katholieke (Ring 1) en een protestants-christelijke school (‘School met de Bijbel’, Ring 11). De drie scholen zijn ontworpen door de architecten Aldo van Eyck en Daniël (Sandy) van Ginkel. Zij bedachten een eindplattegrond waarbinnen de school in fasen kon worden gerealiseerd.

De eerste schoolgebouwen in de Noordoostpolder waren zogeheten gangscholen. Een lange gang met daaraan gelegen de lokalen. De drie scholen in Nagele zijn compleet anders. De lokalen verspringen ten opzichte van elkaar en hebben een verbrede gang, uitgebreid met een overblijflokaal. Hiermee zijn de scholen van het zogenoemde ‘haltype’, een voor die tijd experimentele opzet. De menselijke maat, de gemeenschap, de mens, en expliciet het kind, staan centraal. Omdat het gebouw bestaat uit een structuur van herhalende kleine, herkenbare eenheden (bijvoorbeeld lokalen) die zich eenvoudig laten vermeerderen, konden de scholen ‘groeien’. De eindplattegrond is niet overal gerealiseerd waardoor iedere school anders is. De draaiing van de lokalenreeks levert een intieme schoolpleinruimte op. Hier waren oorspronkelijk ook vier pergola’s of baldakijnen gedacht die voor beslotenheid moesten zorgen. Alleen de baldakijnen bij de schoolingangen zijn gerealiseerd, en alleen met financiële middelen van de architecten.

Het ontwerp wordt gezien als ‘voorloper’ van het befaamde -en in vakkringen wereldberoemde- ontwerp van het Burgerweeshuis van Aldo van Eyck in Amsterdam. De drie scholen zijn aangewezen als rijksmonument. De voormalige rooms-katholieke school in Nagele heeft inmiddels een nieuwe invulling gekregen. Na enkele jaren van leegstand is de school gerenoveerd en hebben onder meer de kinderopvang, de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang hun intrek genomen. Voor deze renovatie is bouwhistorisch en kleurhistorisch onderzoek verricht.

In een doorsnee Nederlands dorp woon je in een straat of aan een weg. Niet in Nagele, daar woon je in een woonhof. Dit woonhof is min of meer een voorloper van het latere woonerf. Door wie zijn ze ontworpen?

De woningen zijn ontworpen voor landarbeiders en middenstanders met hun gezin. De ontwerpers wilden in Nagele de woningen optimaal plaatsen ten opzichte van de zon. Daarnaast moesten er eigen plekken gecreëerd worden waardoor de gemeenschapszin bevorderd werd. Dit alles werd mogelijk door woningen te groeperingen rond een gemeenschappelijke ruimte. Zo ontstond het woonhof zoals het in Nagele gebouwd is.

De ontwerpers van Nagele van de 8 en Opbouw namen de vormgeving van de eerste woonhoven voor hun rekening. Er werd steeds in paren gewerkt. Mart Stam en Wim Bodegraven tekenden de Koolzaadhof (1956). Gerrit Rietveld en zijn zoon Jan ontwierpen de Klaverhof (1956) en de Vlashof (1956). De door hun ontworpen rijtjeswoningen worden ook wel Rietveldwoningen genoemd. De Karwijhof (1958) was van de hand van Lotte Stam-Beese en Ernest Groosman. De notabelenwoningen (1958) naast de Karwijhof zijn van Frans van Gool en Johan Niegeman.

De Lucernehof en de Gerstehof werden later gebouwd, namelijk in 1967 en volgens het gestandaardiseerde VANEG-systeem. Woningen van dat type, evenals ouderenwoningen, zijn ook nog in de andere hoven gebouwd. De Tarwehof is ook van latere datum. Hier staan door particulieren gebouwde bungalows en twee-onder-een-dakwoningen van Atelier voor Architectuur Schouten en De Jonge.

Door de jaren heen is er veel gewijzigd aan de woningen. Een aantal Rietveldwoningen is in 2012 door woningcorporatie Mercatus gerenoveerd met herstel van de oorspronkelijke uitstraling. Voor de andere hoven bestaan eveneens plannen om te renoveren. Woonhof de Karwijhof is het meest gaaf van alle hoven en een gemeentelijk monument. Na restauratie wordt hier ook een museumwoningen en een B&B gerealiseerd.

Het oorspronkelijk winkelgebied van Nagele bestond uit de locaties Noorderwinkels, Schokkererf en Zuiderwinkels. De opzet van deze winkelstrip ontleenden Van den Broek & Bakema aan de eerder door dit bureau ontworpen Rotterdamse Lijnbaan (1948-1957).

De winkelzone werd evenwijdig aan de doorgaande weg geprojecteerd, als een smalle langgerekte zone die het plein en de vaart kruist. Het noordelijke en zuidelijke deel van de winkelzone zijn visueel met elkaar verbonden door een centrale as: de winkelstraat voor voetgangers. Dat was in die tijd vrij bijzonder. De winkelzone vormt een functionele scheiding van de woonhoven en daarmee de tegenhanger van het wonen. De transparantie in de ruimtelijke opzet en alzijdigheid in de oriëntatie van de gebouwen zorgen ervoor dat de winkelzone geen scheidend maar een verbindend element is tussen de doorgaande weg en het dorp. Met de geleidelijke afname van de vraag naar traditionele winkels en voorzieningen is uiteindelijk besloten om het aanbod te concentreren in en rond de Zuiderwinkels.

Het complex Zuiderwinkels is in de jaren 1954-1956 ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek & Bakema én het Haagse architectenbureau van Romke de Vries. De realisatie ervan volgde in de jaren 1956- 1958. Het complex Zuiderwinkels bestond uit vijf soortgelijke winkel-woonhuizen in twee subtypen. Eén subtype ten westen van de winkelstraat. Hier vestigden zich een melkboer; Zuiderwinkels 1 en een kapper; Zuiderwinkels 2. En één subtype ten oosten van de winkelstraat. Daar vestigden zich een kruidenier; Ring 86, een textielhandelaar; Ring 88 en een bakker; Zuiderpoort 1.

Eind 2015 is een start gemaakt met de restauratie van het gehele complex. Daarbij is goed gekeken naar de cultuurhistorische waarde van de Zuiderwinkels. Het concentreren van de voorzieningen in Zuiderwinkels is noodzakelijk om leegstand en verdere teloorgang van de voorzieningen tegen te gaan. Zuiderwinkels is een beeldbepalend complex bij de dorpsentree. Voor de levendigheid en uitstraling van het dorp is het belangrijk dat er nieuwe ondernemers en functies komen. Meer hierover leest u in de brochure Nieuw elan voor Zuiderwinkels.

Hoewel Nagele een klein dorp is heeft het wel vier kerkgebouwen. Dit heeft te maken met de verzuiling in de jaren vijftig. Iedere geloofsrichting moest een eigen plek en een eigen kerk krijgen. Daar werd streng op toegezien.

In de jaren vijftig had iedere geloofsrichting in Nederland zijn eigen politieke partijen, vakbonden, kranten, omroepverenigingen, scholen, ziekenhuizen en zorginstellingen. De Directie van de Wieringermeer, verantwoordelijk voor de inrichting van de Noordoostpolder, hield hier rekening mee. De bevolking van de polder moest bestaan voor een derde uit rooms-katholieken, een derde uit protestanten en een derde met een vrijzinnige of onkerkelijke achtergrond.

Deze verzuiling is mooi zichtbaar in de centrale ruimte van Nagele. In de zuidwesthoek staan de rooms-katholieke kerk en school. In de noordwesthoek die van de gereformeerde kerk en die van de hervormde kerk in de zuidoosthoek. Architecten Jo van den Broek en Jaap Bakema ontwierpen de gereformeerde kerk (1959-1960). Deze kleine ‘betonnen kathedraal’ is een toonbeeld van modernistische architectuur en een rijksmonument. De hervormde kerk (1959-1960) kreeg ook een modern gebouw. Het ligt naast De Akker(1959-1960), een klein sober vierkant gebouw dat gebouwd werd voor de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Architect Wouter van de Kuilen ontwierp beide gebouwen. De rooms-katholieke parochie koos voor traditionele architecten, namelijk Taen en Nix. Dit bureau slaagde erin om passend bij Nagele een moderne en toch ook decoratieve vormgeving voor de St. Isidoruskerk te realiseren.

Door fusies kwam de rooms-katholieke kerk leeg te staan in de jaren negentig. In dit gebouw opende Museum Nagele in 1998 haar deuren. Dankzij de inzet van vrijwilligers werden de kerkbanken omgevormd tot een leestafel, een balie en vitrines. Op het voormalige altaar kwam een videoruimte. Hier is het nu mogelijk de film Een nieuw dorp op nieuw land van cineast Louis van Gasteren te bekijken.

Naast het beplantingsplan in Nagele heeft Mien Ruys het ontwerp voor de begraafplaats uitgewerkt. Het ontwerp is van 1956. Ook het beplantingsplan voor de begraafplaats is van haar hand. Wat opvalt is de grote variatie in sortiment: uitbundig en gevarieerd.

De aanleg en het groen in de begraafplaatsen van de Noordoostpolder is met zorg ontworpen. Mien Ruys ontwierp voor de begraafplaats Nagele een kleurrijk geheel. Daarmee steekt het wat af tegen haar ontwerp voor de woonhoven, die soberder zijn. Vermoedelijk heeft ze voor de begraafplaats de vrije hand gekregen terwijl ze bij de uitwerking van de hoven, binnen de samenwerking in de werkgroep Nagele, concessies heeft moeten doen.

Tijdgenoten van Mien Ruys waren van mening dat het gebruik van bloeiende planten nodeloze versiering was. Voor Mien Ruys echter, was het gebruik van bloeiende planten in de woonomgeving een belangrijk uitgangspunt. Voor haar hadden bloeiende borders of heesterstroken een duidelijke functie in de compositie. De beplanting bracht, naar haar mening, de beleving van natuur en de ervaring van de seizoenen in de leefomgeving van de mensen.

Bij een evaluatie door De 8 en Opbouw van de groensituatie in 1974 kon zij niet aanwezig zijn, maar haar bevindingen, voortkomende uit een solo bezoek, werden in een brief van 10 juni 1974 aan de gezamenlijke groep meegedeeld. Het mogelijk wel belangrijkste punt van kritiek was haar volgende opmerking over de begraafplaats:

Begraafplaats 1

In 2010 is het zover en gaat een langgekoesterde wens in vervulling van zowel Mien Ruys als de Nagelezen zelf. Het ontbrekende deel in het ontwerp van de begraafplaats, de ‘Berceau van Mien Ruys’ is na meer dan 50 jaar na dato alsnog gerealiseerd, door de inzet en volharding van de vrijwilligers van Nagele. In deze folder van Museum Nagele is meer te lezen over Mien Ruys en de begraafplaats in Nagele.

Wie Nagele bezoekt zal opvallen dat er op verschillende plekken in dorp ruimte is voor kunst. Al bij de bouw van het dorp was hier aandacht voor. Door de jaren heen zijn er nieuwe kunstwerken bijgekomen.

Kunst werd tijdens de wederopbouwperiode gezien als een middel tot volksopvoeding. Veel gebouwen uit de deze periode in Nederland hebben daarom ergens wel een kunstuiting. Het kan bijvoorbeeld gaan om wanden, gevels, trappen, vloeren en plafonds. In Nagele zijn deze uitingen spaarzaam toegepast en een aantal is inmiddels verdwenen.

Een mooi voorbeeld dat wel bewaard is gebleven is het wandkunstwerk ‘de Ploeger’ dat aan de muur bij de ingang van de voormalige rooms-katholieke St. Isidoruskerk (nu Museum Nagele) is bevestigd. Het is ontworpen door Frank Nix, die schilder en beeldhouwer was. Het is een voorstelling van Isidorus van Madrid, de patroonheilige van de boeren, landbouwers en tuinders. Heel toepasselijk in een dorp dat voor landarbeiders is gebouwd. Isidorus van Madrid staat symbool voor hard werken, wijsheid, een sterk geloof en naastenliefde en spreekt velen tot de verbeelding vanwege zijn eenvoudige en vrome levensloop.

Nieuwe kunstwerken werden later vooral in de openbare ruimte geplaatst. In 1976 werd het ‘Hunebed’ onthuld in het groene middenterrein. Met zijn zwerfkeien verwijst het naar het verleden van het gebied. In 1990 werd vlakbij de Zuiderwinkels ‘Oud en Nieuw’ geplaatst. Ontworpen door Joost van Hezewijk waarbij de kooi het nieuwe land en de daarin opgehangen plattegrond van Schokland het oude land verbeelden. Voor Museum Nagele bevinden zich verschillende kunstwerken. Zo ook ‘Uit de klei getrokken’ van kunstenaar Diet Wiegman uit 2003, een groep van acht silhouetten van beton verspreid in het gras die ontmoetingen tussen wereldleiders uit de Koude Oorlog voorstellen.

Bij Museum Nagele en op deze website Flevoland Erfgoed is meer informatie te vinden over kunst in Nagele.

Nagele is het enige dorp in Nederland waar alle gebouwen platte daken hebben. De woningen zijn niet hoger dan twee bouwlagen en hebben een sobere maar wel speelse architectuur waar zorgvuldig over nagedacht is.

In 1954 kregen De 8 en Opbouw de opdracht de bebouwing voor Nagele uit te werken. Architectuur volgens Het Nieuwe Bouwen was het uitgangspunt, in tegenstelling tot de andere dorpen waar traditioneel werd gebouwd. Voor de bouw van woningen werd moderne systeembouw toegepast zoals Dura-Coignet en Cusveller. Het was de bedoeling van de ontwerpers om de bewoners moreel te verheffen door ze een eigentijdse, ruime en comfortabele woning te bieden. Op het eerste gezicht lijken veel woningen op elkaar, maar er zit veel variatie in vanwege experimentele woningplattegronden, verschillende woningvolumes en in de architectuur. De gevels waren van oorsprong levendig vormgegeven vanwege een uitgekiend lijnen- en vlakkenspel.

Ook voor de andere gebouwen in Nagele is het mathematische lijnen- en vlakkenspel typerend voor de architectuur in het dorp. De lijnen in de composities zorgen voor eenheid, de vlakken zorgen juist voor afwisseling. Ook het omkaderen van de ruimte is op alle schaalniveaus terug te vinden in Nagele. In de architectuur van Nagele zijn kaders gebruikt als markering van belangrijke kruisingen, vensters of hoeken. Vooral bij de openbare gebouwen is door de compositie van verschillende objecten hiërarchie gecreëerd waardoor gevels leesbaar worden. Er is telkens een spel gaande in de compositie van vlakken waardoor de gebouwen niet altijd een duidelijke voor- of achterkant hebben maar alzijdig zijn.

Een ander kenmerk van de architectuur van Nagele zijn de toegepaste details. Een manier om het openbare gebouw of een woning een eigen uitstraling te geven. Denk aan de bankjes voor de Rietveldwoningen (rijtjeshuizen ontworpen door Gerrit en Jan Rietveld) en de bijzonder wand in de kerk van Taen en Nix (rooms-katholieke kerk).

 

  • De bijzondere gevel (een zogenaamde claustrawand) van Museum Nagele.
  • Karakteristieke bankjes, zoals Gerrit Rietveld ze wel vaker toepaste.
  • De gereformeerde kerk is een toonbeeld van modernistische architectuur.

Groen speelt een belangrijke rol in het ontwerp van Nagele. Het draagt bij aan de beleving en identiteit van Nagele en de wens om “de natuur in haar volheid en vrijheid in grijpbare nabijheid van de bewoners te brengen”… (forum 1952).

Het is Aldo van Eyck die begin 1954 de definitieve plankaart tekent, waarna Mien Ruys en Wim Boer opdracht krijgen het groenplan en beplantingsplan verder uit te werken. Het resultaat van Mien Ruys en Wim Boer vormt een wezenlijk onderdeel van het totale ontwerp van Nagele. Nagele is daarmee één van de eerste projecten in Nederland waarbij de landschappelijke ontwerpers op gelijkwaardig niveau met stedenbouwers en architecten hebben gewerkt aan een totaalplan. Het groen is in de plannen voor Nagele een belangrijke drager voor de stedenbouwkundige structuur. Met behulp van een zestal beplantingstypen is het groen ordenend en ruimtevormend toegepast als; windsingel, vizieren en kaders, centrale groene ruimte, hoven, drempels en groenstroken. In de brochure Groenstructuurplan Nagele is hier meer informatie over te vinden.

Het plan van 3 mei 1956 is de basis geweest voor de groenaanleg van Nagele. Op onderdelen, met name in het middengebied, is afgeweken van dit plan. In een brief van 10 juni 1974, naar aanleiding van een bezoek aan Nagele, gaat Mien Ruys hier op in. Hieruit blijkt ook dat ze niet star vasthield aan de oorspronkelijke uitgangspunten. Als de behoefte van de bewoners daartoe aanleiding geeft zouden plannen aangepast moeten worden, maar wel met een duidelijke visie op het totaal. De beplanting bracht, naar haar mening, de beleving van natuur en de ervaring van de seizoenen in de leefomgeving van de mensen.

Eind 2013 is ‘Groenstructuurplan Nagele’ vastgesteld. Het doel van dit plan is niet het reconstrueren van de oorspronkelijke opzet, maar een vertaling of interpretatie hiervan met de huidige situatie als uitgangspunt. De zes beplantingstypes en hun hiërarchie in de ruimtelijke compositie zijn daarin leidend.

  • Nagele is ruim opgezet met een overvloed aan groen.
  • Alleen ter hoogte van de vaart wordt de groene windsingel rond Nagele doorbroken.
  • Mien Ruys heeft een belangrijke stempel gedrukt op het groenplan voor Nagele.
  • In 2014 is een start gemaakt met het herstel en geleidelijk verjongen van het groen.

Dat Nagele bewonderd werd (en wordt) in de vakwereld van ontwerpers en veel media-aandacht trok is bekend. Maar wat vonden de bewoners van het eerste uur van het dorp en die moderne woningen?

Nederland had na de Tweede Wereldoorlog tijdens de wederopbouw te maken met woningnood. Arbeiderswoningen lagen er vervallen bij, waren klein en donker en sanitaire voorzieningen lieten te wensen over. Hele gezinnen leefden op een paar vierkante meter. In Nagele was dat anders, daar kregen de nieuwe bewoners ineens gloednieuwe woningen met stromend water, toiletten en een huis omgeven door ruimte.

In kranten uit die periode worden verschillende bewoners geïnterviewd. Over het algemeen is er grote tevredenheid. De huizen zijn zo groot dat het wel middenstandwoningen lijken. Mevrouw Halman bijvoorbeeld is erg enthousiast: “Zoveel licht en lucht als hier, heb ik in een woning nog niet meegemaakt. En wij hebben hier zelfs nog een badkamer!” (Friese Koerier, maart 1956). In een ander artikel in de Friese Koerier (maart 1958) zeggen bewoners dat ze het vele glas prettig vinden. Het heeft ook een nadeel: “Als ik bij mijn overbuurvrouw zou willen stelen, dan zou ik niet naar haar geld behoeven te zoeken, want dat weet ik precies te liggen”.

Een bestelwagenchauffeur komt ook in hetzelfde artikel aan het woord. Hij is niet te spreken over de woonhoven en het feit dat je niet tot aan de deur kunt rijden: “…dat is het raarste, dat een mens beleven kan, want dit is zo oneconomisch als het maar even kan. De man, die heeft uitgevonden, om de zaak zó neer te zetten, die moet wel een hele dikke borrel opgehad hebben, of, om het maar op z’n Hollands te zeggen, die was gek.”

Het is dus nog even wennen in het begin. Op zich niet zo vreemd voor een experimenteel dorp in wording. ‘Nagele zal dunkt ons, een zeer vriendelijk dorp worden, een dorp, waar de mensen graag mogen wonen’ (Friese Koerier, maart 1965). En dat is gelukt, blijkt uit verschillende bewonersonderzoeken sindsdien.

Al tijdens de bouw was er veel belangstelling voor dat modernistische experiment in die kale lege polder. De aandacht is gebleven en Nagele spreekt nog steeds tot de verbeelding. In de vakwereld van ontwerpers, planologen en cultuurhistorici is Nagele een begrip.

Vraag aan architecten of stedenbouwkundigen of ze Nagele kennen: grote kans dat ze ja zeggen en het dorp tijdens hun opleiding hebben bezocht. Binnen het onderwijs voor bouwkunde, architectuur en stedenbouwkunde komt Nagele als modeldorp vaak aan de orde. Ook internationaal is er belangstelling voor Nagele. Van Frankrijk tot Rusland, Nagele werd en wordt vaak gebruikt in tentoonstellingen over moderne architectuur en stedenbouw. Geregeld staan er studenten op de stoep bij Museum Nagele om Nagele als case study te gebruiken. En in 2016 is bijvoorbeeld de Spaanse architect Enrique Abad Monllor gepromoveerd op Nagele.

Het besef dat in Nagele iets bijzonders werd gerealiseerd was in de jaren vijftig al aanwezig. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid wilde het project vereeuwigen en gaf opdracht aan cineast Louis van Gasteren om een documentaire te maken. Zijn film ‘Een nieuw dorp op nieuw land’ uit 1960 vertelt het verhaal van Nagele van de tekentafel tot het betrekken van de eerste woning. De documentaire is te bekijken in Museum Nagele.

Omdat Nagele zo opviel is er sinds de bouw ook veel over geschreven in de vakliteratuur. Het is niet alleen bewondering dat de klok slaat. Er is ook veel discussie over welke architect het meeste heeft bijgedragen aan het ontwerpproces, over de uitvoering die niet volledig volgens plan is gerealiseerd en dat Nagele niet helemaal is geworden wat de planmakers ervan gedacht hadden. Dit neemt niet weg dat Nagele een uniek experiment was. De laatste jaren is er dan ook steeds meer aandacht voor de cultuurhistorische waarde van het dorp. De bijzondere erfenis van Nagele verdient het om behouden te blijven en vooral ook om verder te ontwikkelen.

Nagele is ontworpen volgens de uitgangspunten van Het Nieuwe Bouwen. Dat betekent lucht, licht en ruimte, het woonhof, strokenbouw, gestandaardiseerde bouwmethoden en plekken en voorzieningen om de gemeenschapszin te bevorderen.

Nagele is bedacht vanuit een modernistische ontwerpgedachte. Deze is volledig anders is dan andere dorpen omdat de principes van Het Nieuwe Bouwen zijn toegepast. In Nagele zijn de stedenbouwkundige opzet en de groeninrichting verweven met elkaar. Hierdoor benadrukt het groen de stedenbouwkundige opzet en brengt het groen een duidelijke scheiding aan tussen de verschillende stedenbouwkundige elementen. Belangrijk is de bosgordel rondom het dorp die voor geborgenheid in het ‘lege land’ moest zorgen. Daarbinnen is er een groene centrale ruimte waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, daarin liggen ook de maatschappelijke functies (kerken, scholen). Woonhoven liggen rondom de centrale ruimte. De huizen in deze hoven zijn zo geplaatst dat er sprake is van optimale bezonning en veel lucht, licht en ruimte. De functie ‘winkels’ kreeg een plek als een aparte zone, in twee stroken, aan de westzijde van het groene middenterrein.

Beelden meer zeggen dan woorden. De presentatiepanelen die De 8 onder aanvoering van Aldo van Eyck voor het CIAM congres maakte, geven daarom goed inzicht in de achterliggende redenen van de opzet van Nagele.

Tegenwoordig zien we in Nagele als een weerslag van verschillende thema’s die in de jaren vijftig van de twintigste eeuw een rol speelden. Het dorp is tot stand gekomen door een nieuwe planningsmethode, waarbij sociologen, stedenbouwkundigen, architecten en landschapsarchitecten samenwerkten. Het dorp is een voorbeeld van het geloof in de maakbare samenleving. De Directie van de Wieringermeer liet de bewoners van Noordoostpolder selecteren volgens strenge eisen, om zo een ideale opbouw van de samenleving te creëren. In Nagele is de verzuiling ook zichtbaar. Het dorp kreeg een evenredig aantal protestanten, katholieken en niet-religieuzen. Deze groepen hadden alle een eigen kerk en school. Ook het verbeteren van de woonomstandigheden van de arbeiders is zichtbaar. De woningen kregen een gescheiden keuken en eetkamer en moderne voorzieningen, zoals douche en toilet, wat zeker niet standaard was in die tijd.

 

  • Paneel 1 van de presentatie van De 8 bij CIAM X in Dubrovnik 1956. Afbeelding: Collectie Aldo van Eyck Foundation
  • Paneel 2 van de presentatie van De 8 bij CIAM X in Dubrovnik 1956. Afbeelding: Collectie Aldo van Eyck Foundation
  • Paneel 3 van de presentatie van De 8 bij CIAM X in Dubrovnik 1956. Afbeelding: Collectie Aldo van Eyck Foundation
  • Paneel 4 van de presentatie van De 8 bij CIAM X in Dubrovnik 1956. Afbeelding: Collectie Aldo van Eyck Foundation

Het neusje van de zalm wat Nederland op ontwerpgebied te bieden had. Zo kan de groep modernistische ontwerpers van Nagele het best genoemd worden. Hun vooruitstrevende ideeën hebben Nagele gemaakt tot wat het nu is.

De dorpen in de Noordoostpolder (NOP) zijn ontworpen in de stijl van de Delftse School. Onder aanvoering van Marinus Jan Granpré Molière (en later Piet Verhagen) stond een traditionele vormgeving centraal. Daarbij werd teruggegrepen op oude inrichtingsprincipes zoals dorpsbrinken en huizen van baksteen met schuine daken. Nagele vormt hierop een uitzondering. In Nagele is de opzet veel ruimer en groener en bepalen strakke lijnen en platte daken het dorpsbeeld. Dit komt omdat ‘De 8 en Opbouw’ een collectief was van architecten die aanhanger waren van het Nieuwe Bouwen. ‘Licht, lucht en ruimte’ stond centraal en het creëren van plekken waar mensen elkaar konden ontmoeten om een hechte gemeenschap te worden. Nieuwe bouwmethoden en nieuwe materialen zoals beton moesten gebruikt worden om een betere woonsituatie te creëren.

In Nagele kregen de ontwerpers dus de kans vanuit hun moderne maatschappijvisie het ideale dorp in de Noordoostpolder te ontwerpen. Nagele moest meer worden dan alleen een woonplaats, het moest net als een stedelijke samenleving ruimte bieden aan culturele, sportieve en maatschappelijke activiteiten. De sociaal geograaf H. Hovens Greve had hierin ook een rol bij de totstandkoming van het ontwerp.

De lijst met architecten en stedenbouwkundigen die aan Nagele hebben gewerkt is indrukwekkend: Het gaat onder andere om Cornelis van Eesteren, Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld, Mien Ruys, Lotte Stam Beese, Mart Stam, Johan Niegeman, Mart Kamerling, Alexander Bodon, Hein Salomonson, Jaap Bakema, R. Romke de Vries, Daniël (Sandy) van Ginkel en Benjamin Merkelbach. Mien Ruys en Wim Boer waren als landschapsarchitecten betrokken. Het zijn allemaal ontwerpers die het naoorlogse Nederland een gezicht hebben gegeven in talloze woonwijken, gebouwen en groengebieden.

Nagele was na de oplevering een hypermodern dorp. Sindsdien is er veel veranderd en is het dorp aan vernieuwing toe. De afgelopen jaren zijn daarvoor veel plannen ontwikkeld en de uitvoering daarvan geven het dorp weer geleidelijk meer glans.

Net als veel andere dorpen in Nederland heeft Nagele te maken met een lichte afname van het aantal inwoners, achterstallig onderhoud en hier en daar leegstand. Niet alle woningen voldoen aan de eisen van deze tijd en voorzieningen hebben het moeilijk. Tegelijkertijd is het besef aanwezig dat Nagele bijzonder is en zetten veel bewoners en organisaties zich in om Nagele als woonplaats aantrekkelijk te houden.

Het vernieuwen van Nagele gebeurt op een bijzondere manier. In 2009 is een start gemaakt met het Onderzoekslab. Dit lab is opgezet door de rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol en gaf jonge architecten een kans om inspirerende ideeën te ontwikkelen om Nagele op te knappen. Behoud van het bijzondere karakter, innovatie en vernieuwing gaan daarin hand in hand. Het Ontwerplab (2010) richtte zich vervolgens op het concreet maken van de ideeën, waarbij architect Pi de Bruijn de kar trok en jonge architecten enthousiast plannen maakten. Net als 50 jaar geleden, toen ook collectief werd samengewerkt aan de toekomst van het dorp, alleen dit keer samen met bewoners en lokale organisaties want die bestonden toen natuurlijk nog niet.

In 2011 volgde de erkenning als wederopbouw gebied van nationaal belang door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De gemeente Noordoostpolder, de provincie Flevoland en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed besloten daarna het Uitvoeringslab Nagele in het leven te roepen. Dit lab richt zich op de uitvoering van projecten die bij de vorige labs en in een dorpsvisie van Dorpsbelang zijn bedacht. Het uiteindelijke doel is dat Nagele een geliefde en aantrekkelijk plaats blijft om in te wonen en nog meer een trekpleister wordt voor liefhebbers van architectuur en het erfgoed uit de wederopbouwperiode.

Groenstructuurplan

Nieuw elan voor Zuiderwinkels

Herbestemming voormalige RK School

Dorpsvisie Nagele

Nagele, een moderne erfenis

 

 

Karakteristiek voor de Noordoostpolder zijn de boerderijen. Ook rond Nagele staan verschillende type boerderijen zoals die in de rest van de polder te vinden zijn. Dit waren de plekken waar de eerste bewoners van het dorp als landarbeider aan de slag gingen.

Tijdens de oorlog kreeg de Directie Wieringermeer van de bezetter toestemming per 500 ha te ontginnen poldervlak een schuur te bouwen. Voor deze schuren werd het grootste type boerderij uit de Wieringermeer gekozen. Van de Wieringermeerboerderij zijn er circa 60 gebouwd. Gedwongen door de schaarste tijdens de wederopbouw werd besloten om over te gaan op een compleet geprefabriceerd montagebouw-systeem. Ingenieur A.D. van Eck (Directie van de Wieringermeer ) ontwierp daarom een op Amerikaanse bouwsystemen geïnspireerde schuur, gemaakt van gestandaardiseerde en geprefabriceerde betonnen muurplaten, die werden bevestigd aan spanten van gelamineerd hout of beton.

De firma N.V. Schokbeton in Kampen kon deze vervaardigen. Tussen werden 1949-1959 duizend boerenbedrijven en bijna 600 schuren van dit montagesysteem gebouwd in de polder, waarvan ook een voorbeeld is te vinden op het terrein van evenementenboerderij Op d’n Akker. Schokbeton maakte faam met het montagesysteem en werd zelfs een internationaal succes in de bouw. Andere typen boerderijen en schuren in de Noordoostpolder zijn de langgevelboerderij en de hybride boerderij. Het langgeveltype was het kleinste type en hier trokken veel Zeeuwse boeren in (in de volksmond daarom “Zeeuwse boerderij” genoemd). Om de bouwkosten van de montageschuur te kunnen vergelijken met een traditioneel gemetselde schuur werden er tenslotte ook 24 vergelijkbare schuren van baksteen gebouwd. Deze hybride boerderij heeft een grote hoge schuur van rode baksteen en rode pannen.

Erfsingels rond de boerderijen gaven beschutting tegen de wind. Ze hebben ook landschappelijke waarde omdat ze net als bomenrijen en struiken langs de wegen, onderdeel uitmaken van het Algemeen Landschapsplan (1947) van stedenbouwkundige J.C. Pouderoyen en landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer voor de Noordoostpolder. De boerenerven zijn door de erfsingels één geworden met het landschap.