Bewoners

Dat Nagele bewonderd werd (en wordt) in de vakwereld van ontwerpers en veel media-aandacht trok is bekend. Maar wat vonden de bewoners van het eerste uur van het dorp en die moderne woningen?

Nederland had na de Tweede Wereldoorlog tijdens de wederopbouw te maken met woningnood. Arbeiderswoningen lagen er vervallen bij, waren klein en donker en sanitaire voorzieningen lieten te wensen over. Hele gezinnen leefden op een paar vierkante meter. In Nagele was dat anders, daar kregen de nieuwe bewoners ineens gloednieuwe woningen met stromend water, toiletten en een huis omgeven door ruimte.

In kranten uit die periode worden verschillende bewoners geïnterviewd. Over het algemeen is er grote tevredenheid. De huizen zijn zo groot dat het wel middenstandwoningen lijken. Mevrouw Halman bijvoorbeeld is erg enthousiast: “Zoveel licht en lucht als hier, heb ik in een woning nog niet meegemaakt. En wij hebben hier zelfs nog een badkamer!” (Friese Koerier, maart 1956). In een ander artikel in de Friese Koerier (maart 1958) zeggen bewoners dat ze het vele glas prettig vinden. Het heeft ook een nadeel: “Als ik bij mijn overbuurvrouw zou willen stelen, dan zou ik niet naar haar geld behoeven te zoeken, want dat weet ik precies te liggen”.

Een bestelwagenchauffeur komt ook in hetzelfde artikel aan het woord. Hij is niet te spreken over de woonhoven en het feit dat je niet tot aan de deur kunt rijden: “…dat is het raarste, dat een mens beleven kan, want dit is zo oneconomisch als het maar even kan. De man, die heeft uitgevonden, om de zaak zó neer te zetten, die moet wel een hele dikke borrel opgehad hebben, of, om het maar op z’n Hollands te zeggen, die was gek.”

Het is dus nog even wennen in het begin. Op zich niet zo vreemd voor een experimenteel dorp in wording. ‘Nagele zal dunkt ons, een zeer vriendelijk dorp worden, een dorp, waar de mensen graag mogen wonen’ (Friese Koerier, maart 1965). En dat is gelukt, blijkt uit verschillende bewonersonderzoeken sindsdien.